Friday, 23 March 2007

Taalcursus Spaans DEEL 3 PRETERITO INDEFINIDO

Het leven valt niet altijd mee en vandaar dat ik je vandaag even
harde stof te leren geef, genaamd Preterito Indefinido.
Zelf ken ik de stof nog niet eens en is het daarom ook een oefening
voor mij geweest deze tekst voor jullie te typen.
Leer het goed besteed er veel tijd aan als je er echt voor wil gaan
en gebruik ezelsbruggetjes om de verschillende tijden uit elkaar te houden.

Preterito Indefinido

1Deze tijd wordt ok wel Perfecto Simple of Pretérito Definido genoemd.
Deze verleden tijd van het werkwoord wordt gebruikt voor het aangeven
van een handeling of situatie die in het verleden van beperkte duur was.
Dat wil zeggen: Het begin of het einde wordt erbij aangegeven of erbij
gedacht. Er wordt geen relatie gelgd met het heden.

Bijv.
El año pasado vi muchas veces a tu hermana.
Vorig jaar heb ik je broer vaak gezien.

Anne vivió en Alemania más de veinte años.
Anne heeft meer dan twintig jaar in Duitsland gewoond.

2Deze verleden tijd wordt ook wel gebruikt om opeenvolgende
gebeurtenissen uit het verleden op te sonmmen, bijvoorbeeld in
levensbeschrijvingen.

Bijv.

Juan se encontró con Anna, se casó con ella, y se mudó a Sevilla.
Juan ontmoette Anna, trouwde met haar en verhuisde naar Sevilla.

3 De Pretérito Indefinido wordt vaak gebruikt met tijdsaanduidingen als
ayer, la semana pasada, el año pasado, en abril, el lunes pasado,
en 1945, hace tres meses, etc.
Deze tijdsaanduidingen verwijzen naar een tijdvak in het verleden dat reeds
is afgesloten.

Bijv.
La semana pasada vi a tu hermano en el teatro.
Vorige week heb ik je broer in de schouwburg gezien.

Regelmatige werkwoorden en hun vervoeging:

HABL-AR: Hablé, hablaste, habló, hablamos, hablasteis, hablaron.
COM-ER: Comí, comiste, comió, comimos, comisteis, comieron.
VIV-IR: Viví, viviste, vivió, vivimos, vivisteis, vivieron.

Onregelmatige werkwoorden en hun vervoeging:

Andar, anduve, anduviste, anduvo, anduvimos, anduvisteis, anduvieron.
Conducir, conduje, condujiste, condujo, condujimos, condujisteis,
condujeron.
Dar, di, diste, dio, dimos, disteis, dieron.
Decir, dije, dijiste, dijo, dijimos, dijisteis, dijeron.
Dormir, dormí, dormiste, durmió, dormimos, dormisteis, durmieron.
Estar, estuve, estuviste, estuvo, estuvimos, estuvisteis, estuvieron.
Hacer, hice, hiciste, hizo, hicimos, hicisteis, hicieron.
Ir, fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron.
Leer, leí, leíste, leyó, leímos, leísteis, leyeron.
Pedir, pedí, pediste, pidió, pedimos, pedisteis, pidieron.
Poder, pude, pudiste, pudo, pudimos, pudisteis, pudieron.
Poner, puse, pusiste, puso, pusimos, pusisteis, pusieron.
Querer, quise, quisiste, quiso, quisimos, quisisteis, quisieron.
Saber, supe, supiste, supo, supimos, supisteis, supieron.
Ser, fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron.
Tener, tuve, tuviste, tuvo, tuvimos, tuvisteis, tuvieron.
Traer, traje, trajiste, trajo, trajimos, trajisteis, trajeron.
Venir, vine, viniste, vino, vinimos, vinisteis, vinieron.

Net als conducir: producir, traducir, reducir.
Net als dormir: morir(se).
Net als hacer: rehacer.
Net als leer: caer(se), construir, contribuir, creer, destruir, disminuir,
huir, oir.
Net als pedir: advertir, conseguir, corregir, despedir, divertirse, elegir,
impedir, preferir, referirse, reír(se), reñir, seguir, sentir, servir, vestir(se).
Net als poner: componer, disponer, proponer, suponer.
Net als saber: caber.
Net als tener: contener, detener(se), mantener, obtener.

*Werkwoorden met een van schrijfwijze in de eerste persoon enkelvoud
van de Preterito Indefinido,
(Om de uitspraak van de eindmedeklinker van de stam te handhaven):

1Buscar, busqué, buscaste, buscó, buscamos, buscasteis, buscaron.
2Llegar, llegué, llegaste, llegó, llegamos, llegasteis, llegaron.
3Cruzar, crucé, cruzaste, cruzó, cruzamos, cruzasteis, cruzaron.

Net als 1: acercar, equivocarse, tocar.
Net als 2: jugar, negar, pagar.
Net als 3: comenzar, empezar, organizar.

1De indefinido vormen van ir en ser zijn hetzelfde: fui, fuiste enz.
Een richtingsaanduiding.
Bijv.Met het voorzetsel a duidt erop dat het om een vorm van ir gaat.

Ayer no fui a clase de español.

2Samengestelde werkwoorden worden net zo vervoegd als de
werkwoorden waarvan ze zijjn afgeleid.
Bijvoorbeeld: componer, prponer, etc. volgen de vervoeging van poner,
Ook in de Preterito Indefinido:
Jaime propuso ir al cine.- Jaime stelde voor om naar de film te gaan.

De voorgenoemde werkwoorden die zijn aangegeven zijn alleen de
gangbare en zijn niet alle onregelmatige werkwoorden in deze tijd.

Dit was de Indefinido en zo gaan we volgende keer weer verder
met iets nieuws. Na het weekend komt er weer een nieuw blog
dus wees voorbereid!

linkslinkslinkslinks linkslinkslinkslinks linkslinkslinkslinks linkslinkslinkslinks


Buitenlandse talenscholen

Lesgeven in het Engels en een andere taal leren

Spaanse lessen

linkslinkslinkslinks linkslinkslinkslinks linkslinkslinkslinks linkslinkslinkslinks


Adios!

Tuesday, 20 March 2007

Taalcursus Spaans DEEL 2 PRETERITO PERFECTO

Hola lieve lectores,
Heb je vorige keer alles goed gelezen/geleerd, dan is het nu tijd voor de verleden tijden.
Ze worden gevreesd door alle taalstudenten die de Spaanse taal willen leren.
Wil je de taal gaan leren en begrijpen dan heb dit toch echt nodig om goed Spaans te kunnen gaan spreken.

Preterito Perfecto

Is de Presente van Haber +Voltooid deelwoord

Presente Haber:

He, has, ha, hemos, habéis, han.

Voltooid deelwoorden

Regelmatig (regular) cantar-cantado, beber-bebido, vivir-vivido.

Onregelmatig (irregular)

Abrir-abierto morir-muerto
Cubrir-cubierto poner-puesto
Decir-dicho prender-preso
Disolver-disuelto proveer-provisto
Escriber-escrito resolver-resuelto
Fréir-frito romper-roto
Hacer-hecho ver-visto
Imprimir-impreso volver-vuelto

Of het nou he, has, ha, hemos, habéis, han is het regelmatig
werkwoord eindigd altijd op ado of ido.

De prt. Perfecto bestaat uit een vorm van het werkwoord haber
en een voltooid deelwoord (participio pasado).
Het voltooid deelwoord kan regelmatig of onregelmatig zijn.
Dit hangt af van het werkwoord dat word gebruikt.

Andere namen voor deze tijd zijn ook wel Presente Perfecto
of Perfecto Compuesto of kortweg Perfecto.
Deze werkwoordstijd wordt gebruikt om een handeling of
situatie aan te duiden die zich in het vereledn heeft voorgedaan,
en die in verband wodrt gebracht met het heden; het resultaat
is nog steeds merkbaar.
Bijv. He perdido el reloj, nosé dónde.
Ik heb het horloge verloren, ik weet niet waar
(Ik ben het horloge nu kwijt).

De prt. Perfecto wordt vaak gebruikt wanneer er een tijdstip
of tijdvak wordt aangegeven waarvan het heden nog deel uitmaakt,
of dat tot het recente verleden behoort.
Woorden als hoy-vandaag,esta mañana-deze morgen,
este verano-afgelopen/deze zomer,este fin de semana-dit weekend,
hace un rato-kort geleden geven dit vaak aan.
Bijv.
Hoy no he visto a mi hermana.
Vandaag heb ik mijn zus niet gezien.

De prt. Perfecto wordt ook gebruikt bij het weergeven van ervaringen
en gebeurtenissen in het verleden waarbij het tijdstip buiten beschouwing
wordt gelaten. Wel komen hierbij vaak aanduidingen voor als
ya-al, todavia no-nog niet, alguna vez-een keer, nunca-nooit.

Bijv.
¿Has estado alguna vez en America del Sur?
¿Ben je weleens in Zuid Amerika geweest?

Nou dit was de korte uitleg van de prt. Perfecto
Als het een beetje gaat duizelen kan dat best kloppen,
de Spaanse verleden tijden zijn over het algemeen erg moeilijk
voor buitenlanders en zeker Nederlanders hebben er veel last van.
Wil je nog meer uitleg of een keer een oefening erbij meld dat
dan even onderaan de post.

De links van vandaag

Buitenlandse talenscholen

Lesgeven in het Engels en een andere taal leren

Spaanse lessen

Thursday, 15 March 2007

Taalcursus Spaans DEEL1 PRESENTE

Hola querido lezers,

Ik ben vorige keer begonnen met mijn info over de Spaanse taal, ik hoop dat jullie het erg interessant vonden?
Om mijn eigen grammatica goed in me op te nemen begin ik hier met het uitschrijven van de Spaanse grammatica wat voor velen die Spaans leren erg handig kan zijn!

-Presente
-Perfecto
Pretérito: Verleden tijd.
-Indefinido
-Imperfecto
-Pluscuamperfecto
-Futuro Imperfecto, Futuro Perfecto
-Condicional
-Subjuntivo (Presente)

Presente
In het Spaans heb je 3 groepen regelmatige werkwoorden: eindigend op 1-ar, 2-er, 3-ir.
Bijvoorbeeld: hablar: praten, beber: drinken en vivir: wonen.

Ik Yo hablo bebo vivo
Jij Tu hablas bebes vives
Hij, zij, u. Él/ella/Usted habla bebe vive
Wij Nosotros hablamos bebemos vivimos
Jullie Vosotros habláis bebéis vivís
Hij, zij, u meerv. Ellos/ellas/Ustedes hablan beben viven

1-De Presente wordt gebruikt voor feiten en actuele gebeurtenissen.
Bijv. Yo vivo en Salamanca.

2-Om aan te geven wat men gewoonlijk doet, of met een zekere regelmaat.
Bijv. Los sábados también trabajo.

3-Voor het geven van aanwijzingen.
Bijv. Para hablar por teléfono, primero levantas el auricular, luego metes la moneda o la tarjeta.

4-Om over de toekomst te spreken
Bijv. En julio termino el curso. - In juli ben ik klaar met de cursus.

Ook het Spaans kent in elke verleden tijd onregelmatige werkwoorden (verbos irregulares) zo ook de Presente.
Je hebt werkwoorden met klinkerwisseling.
Willen: 1Willen querer -e wordt -ie. Bijv. Querer, cerrar, comenzar, empezar, entender, perder, pensar, regar, sentir.
2Kunnen, mogen poder -o wordt ue. Bijv. Poder, encontrar, volver, dormir, sonar, costar, recordar.
3Vragen pedir -e wordt i. Bijv. Perdir, servir, seguir
4Spelen jugar -u wordt ue.

Yo quero
Tu quieres
El/ella/Usted quiere
Nosotros quieremos
Vosotros quieréis
El/ella/Usted mv. Quieren

Hieronder werkwoorden met alleen in de 1e persoon enkelvoud een onregelmatigheid of een verandering van de schrijfwijze.

Bijv.
Coger: cojo, coges, coge, cogemos, cogéis, cogen= Grijpen, pakken, beetpakken, vangen.
Conocer: conozco, conoces, conoce, conocemos, conocéis, conocen= Kennen, leren kennen.
Werkwoorden op -acer,-ecer,-ocer,-ucir, hebben dezelfde onregelmatigheid in de 1e persoon als conocer.
Bijv. Merecer - merezco.

Dar: doy, das, da, damos, dais, dan= Geven, veroorzaken, slaan, raken/treffen.
Hacer: hago, haces, hace, hacemos, hacéis, hacen= Doen, maken, aangaan, besluiten.
Poner: pongo, pones, pone, ponemos, ponéis, ponen= Zetten, plaatsen, leggen, stellen.
Traer: traigo, traes, trae, traemos, traéis, traen= Brengen, halen, bij zich hebben.
Saber: sé, sabes, sabe, sabemos, sabéis, saben= Weten, kennen, kunnen, nemen.
Salir: salgo, sales, sale, salimos, salis, salen= Uit/weggaan, uitkomen, komen.

Werkwoorden met meer dan één onregelmatigheid of verandering

Bijv.
Decir: digo, dices, dice, decimos, decis, dicen.
Oír: oigo, oyes, oye, oímos, oís, oyen.
Tener: tengo, tienes, tiene, tenemos, tenéis, tienen.
Venir: vengo, vienes, viene, venimos, venis, vienen.

Werkwoorden met een geheel onregelmatige vervoeging

Bijv.
Ir: voy, vas, va, vamos, vais, van.

Zo dat was de uitleg van de Presente!
Ik hoop dat je hem goed bestudeerd en er wat aan kan hebben.

TIP: De klemtoon bij de Spaanse woorden ligt altijd op de lettergreep waar het schuine streepje genaamd 'tilde' op staat.

Hasta luego!

Links: students.net

Tuesday, 13 March 2007

Eduvacation

Hola,

Buenas tarde, lieve lezers!
Het is hier vandaag lekker weer, echt heel relax!
Wat doe ik dan binnen? nou jullie even op de hoogte stellen van mijn situatie en straks de zon tegemoet lopen;-)

Ik ben begonnen met mijn taalcursus en moet zeggen dat is wel even doorbijten, pfoe!
Het is wel zo dat ik nog nooit eerder Spaans heb geleerd of gekregen heb op school dus ja dan krijg je dat.

Een aanrader is dan ook in Nederland je te gaan voorbereiden op de Spaanse taal alvorens je hem hier wilt gaan leren.
Neem een goed aangeschreven taalcursus of duik zelf in de boeken, ik heb een cursus Spaans van de ANWB gekregen van mijn vriendin en daar kom je al en heel eind mee mits je hem ook dagelijks bestudeerd.

Voor een klein begin heb je hier alvast een link naar een on-line taalcursus
http://www.teleac.nl/spaans/index.jsp

Hier nog even wat info over de taal:

Er zijn in Spanje vier grote talen.
Elke daarvan heeft een officiële status in bepaalde gebieden:

Spaans of Castiliaans (español, castellano), 74%. De officiële taal in heel het land krachtens de huidige Spaanse grondwet van 1978. Maar al sinds de zestiende eeuw is dit de officiële taal van heel Spanje. Het Castiliaans wordt daarom over het algemeen Spaans genoemd.
Catalaans (català, valencià), 17%. In Catalonië, op de Balearen en in een deel van de Autonome Gemeenschap Valencia, waar de taal officieel Valenciaans heet. In het onafhankelijke dwergstaatje Andorra is het Catalaans de officiële taal.
Galicisch (gallego/galego), 7%. In Galicië.
Baskisch (euskera/euskara), 2%. In Baskenland en het noorden van Navarra.
Daarnaast is er het Asturisch (asturleonés, bable), maar dat wordt door veel taalkundigen als een dialect van het Spaans gezien, zie hieronder.

Dialecten

Catalaans, Galicisch en Castiliaans stammen allen af van het Latijn. Het Baskisch daarentegen is een isolaat: het is met geen enkele andere taal verwant. Deze talen hebben nog weer vele dialecten. Sommige daarvan hebben een officiële status, onder meer:
Het Asturisch of Bable. In Asturië en een deel van Kastilië-León.
Het Aragonees. In een deel van Aragon.
Het Aranees. In Val d'Aran in de noordwestelijke punt van Catalonië. Dit is een dialect van het Occitaans, dat vooral in het zuiden van Frankrijk word gesproken.
Het Spaans dat in Latijns-Amerika wordt gesproken, stamt volgens velen af van het Spaans uit het zuidwesten van Spanje (Andalusië en Extremadura).

Dat was het weer, hasta luego amigos!

Tuesday, 6 March 2007

Introductie

Hola bezoekers van mijn log,

Je bent hier gekomen om wat te lezen over studeren in Spanje 'Salamanca' of in verband met het leren van de Spaanse taal.

Dit is wat ik nu ook aan het doen ben en bericht hier over in mijn weblog, ook kun je hier binnen niet al te lange tijd info vinden over het ontstaan van de Spaanse taal en haar achtergronden.

Af en toe zal ik wat links plaatsen waar jullie info vandaan kunnen halen, dit scheelt weer in de zoektocht op het internet tussen allerlei rompslomp die je tegenkomt als je op zoek gaat naar de juiste instellingen, steden overheidsinstanties en taalscholen.

Castillië of op zijn Spaans gezegd Castille y Leon is de hoofdprovincie waar de provincie Salamanca zich in bevindt de hoofdstad ook Salamanca is de stad waar ik nu verblijf en waar binnenkort mijn taalcursus begint. Deze stad ligt anderhalf uur met de bus verwijdert van Madrid en is een ware metropool van taalstudenten. Gezelligheid ten top! Je hebt hier vele accomodaties speciaal voor buitenlanders, cultuur in overvloed, uitgaansgelegenheden en noem maar op.

De stad staat bekend om haar grote universiteit ik geloof de oudste en grootste in Spanje. Je kan dus naast het leren van een hele mooie en handige taal ook nog eens verder met je universitaire studie en alvast vakken / studiepunten behalen voor je studie in Nederland.

Binnen een paar dagen meer info,

Tot dan,

Suerte y saludos