Thursday, 15 March 2007

Taalcursus Spaans DEEL1 PRESENTE

Hola querido lezers,

Ik ben vorige keer begonnen met mijn info over de Spaanse taal, ik hoop dat jullie het erg interessant vonden?
Om mijn eigen grammatica goed in me op te nemen begin ik hier met het uitschrijven van de Spaanse grammatica wat voor velen die Spaans leren erg handig kan zijn!

-Presente
-Perfecto
Pretérito: Verleden tijd.
-Indefinido
-Imperfecto
-Pluscuamperfecto
-Futuro Imperfecto, Futuro Perfecto
-Condicional
-Subjuntivo (Presente)

Presente
In het Spaans heb je 3 groepen regelmatige werkwoorden: eindigend op 1-ar, 2-er, 3-ir.
Bijvoorbeeld: hablar: praten, beber: drinken en vivir: wonen.

Ik Yo hablo bebo vivo
Jij Tu hablas bebes vives
Hij, zij, u. Él/ella/Usted habla bebe vive
Wij Nosotros hablamos bebemos vivimos
Jullie Vosotros habláis bebéis vivís
Hij, zij, u meerv. Ellos/ellas/Ustedes hablan beben viven

1-De Presente wordt gebruikt voor feiten en actuele gebeurtenissen.
Bijv. Yo vivo en Salamanca.

2-Om aan te geven wat men gewoonlijk doet, of met een zekere regelmaat.
Bijv. Los sábados también trabajo.

3-Voor het geven van aanwijzingen.
Bijv. Para hablar por teléfono, primero levantas el auricular, luego metes la moneda o la tarjeta.

4-Om over de toekomst te spreken
Bijv. En julio termino el curso. - In juli ben ik klaar met de cursus.

Ook het Spaans kent in elke verleden tijd onregelmatige werkwoorden (verbos irregulares) zo ook de Presente.
Je hebt werkwoorden met klinkerwisseling.
Willen: 1Willen querer -e wordt -ie. Bijv. Querer, cerrar, comenzar, empezar, entender, perder, pensar, regar, sentir.
2Kunnen, mogen poder -o wordt ue. Bijv. Poder, encontrar, volver, dormir, sonar, costar, recordar.
3Vragen pedir -e wordt i. Bijv. Perdir, servir, seguir
4Spelen jugar -u wordt ue.

Yo quero
Tu quieres
El/ella/Usted quiere
Nosotros quieremos
Vosotros quieréis
El/ella/Usted mv. Quieren

Hieronder werkwoorden met alleen in de 1e persoon enkelvoud een onregelmatigheid of een verandering van de schrijfwijze.

Bijv.
Coger: cojo, coges, coge, cogemos, cogéis, cogen= Grijpen, pakken, beetpakken, vangen.
Conocer: conozco, conoces, conoce, conocemos, conocéis, conocen= Kennen, leren kennen.
Werkwoorden op -acer,-ecer,-ocer,-ucir, hebben dezelfde onregelmatigheid in de 1e persoon als conocer.
Bijv. Merecer - merezco.

Dar: doy, das, da, damos, dais, dan= Geven, veroorzaken, slaan, raken/treffen.
Hacer: hago, haces, hace, hacemos, hacéis, hacen= Doen, maken, aangaan, besluiten.
Poner: pongo, pones, pone, ponemos, ponéis, ponen= Zetten, plaatsen, leggen, stellen.
Traer: traigo, traes, trae, traemos, traéis, traen= Brengen, halen, bij zich hebben.
Saber: sé, sabes, sabe, sabemos, sabéis, saben= Weten, kennen, kunnen, nemen.
Salir: salgo, sales, sale, salimos, salis, salen= Uit/weggaan, uitkomen, komen.

Werkwoorden met meer dan één onregelmatigheid of verandering

Bijv.
Decir: digo, dices, dice, decimos, decis, dicen.
Oír: oigo, oyes, oye, oímos, oís, oyen.
Tener: tengo, tienes, tiene, tenemos, tenéis, tienen.
Venir: vengo, vienes, viene, venimos, venis, vienen.

Werkwoorden met een geheel onregelmatige vervoeging

Bijv.
Ir: voy, vas, va, vamos, vais, van.

Zo dat was de uitleg van de Presente!
Ik hoop dat je hem goed bestudeerd en er wat aan kan hebben.

TIP: De klemtoon bij de Spaanse woorden ligt altijd op de lettergreep waar het schuine streepje genaamd 'tilde' op staat.

Hasta luego!

Links: students.net

No comments: